Kaasfondue is voor velen het ultieme symbool van winterse gezelligheid, maar als enorme kaasliefhebber sta ik er zelf altijd met een dubbel gevoel tegenover. Begrijp me niet verkeerd: een prachtig samengestelde kaasplank met een glas goede wijn is voor mij het summum van genieten. Toch heb ik bij de vloeibare variant altijd een beetje voorbehoud. Hoe lekker die gesmolten massa ook is, het voelt voor mij vaak als een absolute bom op de maag die je de rest van de avond (en nacht) bezighoudt.
De oorsprong van dit gerecht ligt in de Zwitserse Alpen, waar het rond de 18e eeuw ontstond als een slimme manier om oud brood en hard geworden kaas toch nog smakelijk op te maken. Het werd pas echt een wereldwijd fenomeen in de jaren 1930, toen de Zwitserse Kaasunie het agressief begon te promoten als nationaal gerecht. Vooral in de Alpenregio’s van Zwitserland, Frankrijk (Savoie) en Italië is het nog steeds mateloos populair, vaak als dé afsluiter na een dag op de latten.
Wie zelf aan de slag gaat, moet kritisch zijn op de kaasselectie. Een klassieke fondue vraagt om een mix van kazen die goed smelten en karakter hebben. Meestal is dat de ‘Moitié-Moitié’: de ene helft pittige Gruyère en de andere helft romige Vacherin Fribourgeois. Je kunt ook variëren met Emmentaler of Appenzeller. De aanpak is cruciaal: wrijf je fonduepan (de caquelon) in met een teentje knoflook, verhit droge witte wijn en voeg de geraspte kaas geleidelijk toe terwijl je in een 8-vorm roert. Een scheutje citroensap helpt de eiwitten te binden en een dopje kirsch met maïzena zorgt voor de juiste binding.
Laten we echter de olifant in de kamer niet negeren: de calorieën. Kaasfondue is een nutritioneel zwaargewicht. Reken op gemiddeld 800 tot 1000 kcal per persoon, en dat is dan nog zonder het stokbrood en de onvermijdelijke glazen wijn meegerekend. Het is pure verzadiging in een pannetje, vandaar mijn lichte vrees voor de ‘nasleep’.
En dan is er nog de beruchte vaat. De koek die onderin de pan achterblijft (door de Zwitsers liefkozend la religieusegenoemd), is heerlijk om op te eten, maar een hel om af te wassen. De gouden tip: laat de pan nooit staan, maar vul hem direct na de maaltijd met koud water en een flinke schep zout of een vaatwastablet. Laat dit een nachtje weken en de kaasresten laten de volgende ochtend moeiteloos los. Zo blijft tenminste de afwas licht, ook al voelt je maag na afloop waarschijnlijk net iets minder luchtig aan.
We gaan richting het weekend en daar hoort een gerecht bij dat je makkelijk kunt delen. Deze zomerse quiche met courgette en Comté-kaas is een lichtere versie van de klassieker, perfect voor een lente-picknick of lunch … Lees meer
Nu ik op vakantie ben in Thailand vind ik het ook leuk om wat gerechten met een Thaise toets met jullie te delen en vandaag zij dat oesters, geïnspireerd door de smaken die ik hier momenteel overal om me heen proef … Lees meer
Ben je ook zo dol op die momentjes dat je in de koelkast kijkt en denkt: “Wat moet ik nú weer met dat restje kip of die twee eenzame lepels spaghettisaus … Lees meer
In april krijgen we weer zin in die zilte smaken van de zee, en haring is dan een fantastische keuze. Deze salade met geroosterde paprika en citrusdressing is licht, gezond en barst van de vitamines … Lees meer
Terwijl ik de Thaise keuken ontdek, breng ik jullie vandaag een recept met een Oosterse twist van iets dichterbij. Dit gerecht met lamsgehakt en aubergine is een geweldige variatie op de klassieke lasagne … Lees meer
Toen ik de kalender bekeek en zag dat 6 april is uitgeroepen tot de ‘Dag van de Verse Tomaat’, fronste ik eerlijk gezegd even de wenkbrauwen. Als Would Be Chef probeer ik altijd de seizoenen nauwgezet te volgen, en mijn buikgevoel zei me direct: is dat niet wat aan de vroege kant … Lees meer
Een zalige klassieker op deze paasmaandag? Daarvoor ben ik nog eens gedoken in het boek dat mijn mama samen met mij enkele jaren geleden uitbracht: Mijn Mama’s Kookboek, de laatste exemplaren daarvan zijn nu nog te koop op www … Lees meer
Zondag vraagt om iets fris en elegants, zeker als de eerste echte lentezon doorbreekt. Tonijn heeft die verfijnde smaak die weinig extra nodig heeft, maar de combinatie met appel geeft die nodige frisse ‘crunch’ … Lees meer