Ik zal maar met de deur in huis vallen: dit is misschien wel het allermoeilijkste verslag van een restaurantbezoek ooit op deze blog. Het heeft dan ook lang geduurd voor ik het helemaal heb uitgeschreven. Ik ben er aan begonnen, heb snel weer in de tekst geschrapt, heb het verhaal dan nog maar eens vanuit een andere hoek opnieuw geschreven, en ben dan toch weer van nul af aan gestart. En de reden is simpel. Het tweede beste restaurant in de wereld… dat is niet zomaar een eretitel. Beter dan dat bestaat er nauwelijks, enkel Disfrutar in Barcelona zou nog beter zijn. Zilveren medaille dus, maar is “Asador Etxebarri” die titel wel waard?
De vraag is of dat wel een titel is die je wil: “tweede beste restaurant van de wereld”. Het antwoord is wellicht dubbel, maar ik denk vooral dat het geen cadeau is. Het legt een enorme druk op het restaurant, want iedereen gaat constant vergelijken. Asador Extebarri heeft dit jaar de titel gekregen, en dus wou ik er zot graag eens gaan lunchen, net als wellicht honderdduizenden andere foodies. Want wat maakt dit grillrestaurant in de bergen rond San Sebastian, in het prachtige Baskenland, zo bijzonder dat het de meest legendarische driesterrenrestaurants achter zich weet te laten in de beroemde lijst met de “50 best restaurants in the world”?
Het verhaal van dit restaurant is simpel, maar heel bijzonder: Bittor Arguinzoniz, de chef die in dit dorpje in het Spaans Baskenland opgroeide in een eenvoudig huis zonder elektriciteit en gas, leerde van zijn oma en moeder om te koken op het haardvuur, iets wat hij later in zijn restaurant ook is gaan doen. Hij heeft zelf al zijn grills ontworpen en weet als geen ander hoe je de beste zeevruchten en vis, maar zeker ook vlees moet grillen boven het vuur. Hij staat niet alleen in de keuken, maar de grill bedient hij wel altijd zelf. De man is een genie als het over koken op open vuur gaat. Als je dan net zoals hij ook nog eens werkt met topingrediënten, dan weet je dat er spectaculair lekker gegeten wordt in deze culinaire tempel, en chefs en foodies uit de hele wereld werden lyrisch over hun bezoeken aan dit restaurant. En de rest is geschiedenis.
Al lang probeerde ik een tafeltje te bemachtigen, maar gezien de gigantische populariteit was dat echt net evident. De wachtlijsten zijn dan ook gigantisch. Wat ik ook probeerde, ik raakte er maar niet binnen. Tot vorige zomer. Via bekende Spaanse foodies, hele goede klanten van mijn lievelingsrestaurant Via Veneto in Barcelona die de sommelier van Etxebarri goed kennen, ben ik er begin augustus dan toch in geslaagd om een tafeltje te bemachtigen. Ik kan je zeggen: het werd een fantastische ervaring. We dronken een hele goede champagne en misschien wel de beste rode wijn van Spanje. En het eten was zeeeer lekker. Elk gerecht was puur en perfect bereid, en vooral verrassend eenvoudig. Alles draait hier rond product en bereiding, er zitten nauwelijks of geen franjes aan deze keuken, maar wat je proeft is fantastisch: de zelfgemaakte chorizo, de huisgemaakte mozzarella, de garnalen, de scheermesje met zeer gepeperde olijfolie, de vis en zeker ook het hoofdgerecht: perfect gegrild vlees van de eigen koeien. Spectaculair. Beter bestaat niet op de grill…
Ik heb trouwens beslist om geen antwoord te geven op de vraag: is dit nu het tweede beste restaurant ter wereld. Etxebarri doet je nadenken, en je beslist om niet te beslissen. Er zijn een pak restaurants waar je verfijnder, gesofistiqueerder kunt eten. Sowieso. Maar de passie en het vakmanschap, het product en de bereiding zijn hier legendarisch lekker. En die zilveren medaille is dus zeker niet gestolen. Maar hoe kun je zo’n grillrestaurant vergelijken met de gastronomische tempels van de driesterren chefs in pakweg Parijs? Niet. Dus ga ik het ook niet doen. Maar een lunch uit de duizend was het sowieso wel! Om nooit te vergeten.
Soms komt de beste raad niet uit een gidsje, maar van de conciërge van je hotel. Toen we plannen maakten voor een avondje in een beroemde skybar, hield ze ons tegen … Lees meer
Als je denkt dat je in Bangkok alles wel gezien hebt, dan moet je naar OJO. Dit waanzinnige restaurant bevindt zich op de 76ste verdieping van het iconische King Power Mahanakhon-gebouw, die beroemde ‘gepixelde’ wolkenkrabber die de skyline van de stad domineert … Lees meer
Als je in Bangkok bent, is de rivier de Chao Phraya de hartslag van de stad, en er is geen betere plek om die energie op te snuiven dan op het terras van het Four Seasons Hotel … Lees meer
Soms weet je het op voorhand: dit wordt de avond van de vakantie. In Bangkok, een stad die barst van het waanzinnige streetfood, kozen we voor één avond van pure, onversneden Europese luxe … Lees meer
Soms moet je een vakantie precies zo eindigen als je ze begonnen bent, of in ons geval: precies zo beginnen als we ze vorig jaar geëindigd hebben. Riva Del Fiume, het Italiaanse paradijs in ons hotel, was vorig jaar de plek waar we onze trip in schoonheid afsloten en het voelde dan ook niet meer dan logisch om daar dit jaar op onze allereerste avond opnieuw aan tafel te schuiven … Lees meer
Soms brengt het leven je op de meest onverwachte plekken en kom je zo weer oude vrienden tegen, en dat was deze vakantie in Bangkok niet anders. Voor ons was het bezoek aan OXBO Bangkok heel speciaal, omdat de chef, Oliver Afonso, een oude (nou ja, in zijn geval jonge) bekende is die we al bijna tien jaar volgen … Lees meer
Wie mijn avonturen volgt, weet dat ik vorig jaar diep onder de indruk was van Potong, het gastronomische meesterwerk van Chef Pam in Bangkok. Pam, of voluit Pichaya Soontornyanakij, is momenteel zonder twijfel de strafste vrouw in de Aziatische culinaire scene … Lees meer
Parijs blijft voor mij de onbetwiste hoofdstad van de absolute gastronomie. De stad barst van de Michelinsterren maar er is één plek die daar letterlijk en figuurlijk bovenuit steekt … Lees meer