Volgende week mogen (en moeten) we weer gaan stemmen. Verkiezingen 2019. Sommige mensen stemmen sinds jaar en dag voor dezelfde partij. Anderen weten het nooit zo zeker en twijfelen. Net daarom zijn alle mogelijke stemtesten op de verschillende TV- en krantensites tegenwoordig zo populair. Je kunt daar checken bij welke partij of politicus je het meeste aanleunt.
Ook hier willen we jullie informeren over de standpunten van de verschillende Vlaamse partijen. Dit is een foodplatform, als je deze site bezoekt dan ben je wellicht een foodie. Daarom hebben wij tien thema’s geselecteerd die mensen die met eten bezig zijn volgens ons kunnen boeien. We vragen de komende week de standpunten van alle partijvoorzitters over ondersteuning van de horeca, flexijobs, voedselveiligheid, dierenleed, de ondersteuning van onze landbouwers, het al dan niet promoten van alcohol en de promotie van de Vlaamse horeca in het buitenland.
En we vragen ook naar het favoriete gerecht van de voorzitters, en hun favoriete restaurant. Misschien dat hun smaak verrassend goed met die van jou overeenkomt, terwijl je politieke ideeën extreem verschillen. Dat kan gebeuren…
We beginnen vandaag met de standpunten van Peter Mertens van de PVDA.
We willen het leven voor de zelfstandigen en kleine bedrijven, waaronder de horeca, minder moeilijk maken en hun dynamisme en creativiteit beschermen. We ondersteunen deze kleine bedrijfjes, die het economisch weefsel en de hoofdactiviteit uitmaken in onze wijken en gemeenten.
In weerwil van haar retoriek voerde onze regering een beleid dat de multinationals, de banken en de grote commerciële centra dient, in plaats van de kmo’s en de zelfstandigen. Wij beogen eerlijker belastingen op maat van de omvang en de inkomsten van de bedrijven. We stoppen met de achterpoorten en fiscale niches waarmee het grootbedrijf en de banken aan de fiscus ontsnappen terwijl zelfstandigen en kleine bedrijven de volle pot betalen. We pleiten voor een verhoging van de progressiviteit van de belastingen voor zelfstandigen en kmo’s. Op die manier houden we rekening met ieders financiële draagkracht. We maken ook elektronisch betalen minder duur en betalen de btw-tegoeden sneller terug. We zetten een publieke begeleidingsdienst op om zelfstandigen en kleine ondernemingen te helpen bij de juridische, commerciële en administratieve hindernissen voor hun project.
We willen een regelgeving voor de handelshuur, om kleine handelszaken in het centrum van de steden te houden. Ons woon-en grondenbeleid drukt de huren in het algemeen, ook de handelshuren. We zorgen voor betere compensatie bij openbare werken. Geen verplichte sluiting om op een compenserende vergoeding aanspraak te kunnen maken. We reglementeren ook de digitale marktplaatsen voor de verhuur van privé-accommodaties. We stellen, naar het voorbeeld van de stad Barcelona, maximum-quota op voor platforms als Airbnb.
Wij trekken ook het wettelijk pensioen voor kleine zelfstandigen op naar 75% van hun beroepsinkomen (nu 60%). Daarnaast trekken we het minimumpensioen op naar 1.500 euro netto per maand om menswaardig te kunnen leven.
De PVDA is geen voorstander van flexijobs. Wij willen de horeca niet ondersteunen door het stimuleren van precaire banen. Wij zijn voor volwaardige jobs voor iedereen. Wij willen daarentegen wel de horeca ondersteunen door een progressieve fiscaliteit (zie vraag 1).
Om aanwervingen te stimuleren, moedigen wij de openbare bank aan om leningen voor kleine ondernemingen en zelfstandigen te vergemakkelijken. Zo voorkomen we dat ze afhangen van grote private bankgroepen. De overheidsbank stelt ook aantrekkelijker leningen voor aan zelfstandigen en kleine ondernemingen met personeel dat ver van de arbeidsmarkt staat.
We richten ook een fonds op voor onderlinge bijstand op dat voordelig is voor de kleine ondernemingen. Wanneer er geen werk is betaalt dat fonds de lonen en sociale lasten. We zetten een Solidariteitsfonds voor hulp of vervanging op. Daarmee faciliteren we dat zij een vervanger/vervangster aannemen. We breiden de tewerkstellingspremies uit naar de zelfstandigen en kleine ondernemingen die nieuwkomers aanwerven of mensen die op de reguliere arbeidsmarkt moeilijk aan de bak komen. Vrouwen met een zelfstandig beroep kennen we een moederschapsverlof van minstens 10 weken toe.
Het vleesschandaal met Veviba, de lasagne met paardenvlees, de fipronil-crisis in de eierensector… al deze schandalen wijzen uit dat de kwaliteit en traceerbaarheid van ons voedsel niet gegarandeerd is. De schandalen worden in de schoenen van de producenten geschoven, hoewel telkens weer de grote bedrijven uit de agro-industrie in het geding zijn. Winstbejag en het recht op voldoende, gezond en evenwichtig voedsel voor de bevolking gaan niet samen. Als het winstoogmerk van de zakenwereld of de voedingsindustrie het vertrekpunt is, zit het fout. Iedereen voldoende kwaliteitsvoedsel garanderen: dát moet het vertrekpunt zijn van een landbouwbeleid.
We nemen het recht op een gezonde, evenwichtige en betaalbare voeding op in artikel 23 van de Grondwet. We voeren een klachtenprocedure in voor mensen wier recht op voeding geschonden wordt. Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) maken we efficiënter en transparanter. Het FAVV moet zich focussen op de agro-industrie, waar de risico’s veel groter zijn. In plaats van kleine producenten en coöperatieven te sanctioneren, ondersteunen en begeleiden we ze om de kwaliteit van hun producten te verbeteren en de sanitaire normen na te leven.
We gaan voor voedsel met een goed evenwicht tussen plantaardige en dierlijke eiwitten. Zeker ook in grootkeukens in openbare instellingen, scholen en ondernemingen. Wij geven in openbare cateringdiensten voorrang aan lokaal en seizoensgebonden voedsel dat afkomstig is van duurzame landbouw. We leggen maximumprijzen op voor basisproducten, ten koste van de hoge winstmarges van de distributie.
Waar winst op de eerste plaats komt, moet het dierenwelzijn wijken. Dieren zijn in de eerste plaats levende wezens die we met respect willen behandelen. We stimuleren daarom een agro-ecologie met meer ruimte voor dieren en meer mogelijkheden voor natuurlijk gedrag. Zo bevorderen we de goede verzorging van landbouwdieren en voorkomen we de verspreiding van ziektes. We stimuleren het opzetten van lokale slachthuizen. Zo dringen we diertransporten terug en maken we kortere voedselketens.
We nemen het principe van het welzijn van dieren als gevoelige wezens met eigen belangen en waardigheid op in de Belgische Grondwet. Op die manier stimuleren we alle overheden om het welzijn van dieren stelselmatig te bewaken en zullen rechtbanken wetsinbreuken effectiever kunnen vervolgen. Met duidelijke regels, nauwkeurige controles en educatieve campagnes verbeteren we de leefomstandigheden van de dieren in de landbouw, bij wetenschappelijk onderzoek en bij ons thuis.
Om dierenwelzijn te garanderen moeten we wel de landbouwer ondersteunen. Omdat nu de winstlogica vrij spel heeft en de distributie de winstmarges voor de landbouwers kleiner maakt, wordt de hele sector gedwongen de productiviteit verder op te drijven. Met dumpingprijzen is het niet mogelijk in gezonde voeding, comfortabele stallen, noch om in een goed leven en een pijnloze dood voor de dieren te voorzien.
De landbouw van morgen voorziet in goede banen, gezonde voeding en zet ons op weg naar een klimaat- neutraal België. Maar de agrobusiness staat in de weg van zo’n duurzame landbouw voor mens en milieu. We trekken daarom de kaart van de lokale boeren, van de biologische landbouw en de agro-ecologie. We zorgen dat de grond toekomt aan wie hem bewerkt en maken van de landbouw een beroep met toekomst.
De overheid moet ingrijpen om landbouwinkomens te verbeteren. We willen een Prijzenobservatorium voor een eerlijker verdeling van de winstmarges tussen boeren, verwerkers (in de voedingsindustrie) en distributie. Voor bepaalde producten leggen we minimumprijzen vast. We waarborgen een rechtvaardig inkomen voor de producenten. We zetten daarbij instrumenten in zoals garantiefondsen, openbare opslag en een minimumloon. We verbieden speculatie op landbouw- en voedingsproducten.
De drempel om landbouwer te worden, dient te worden verlaagd. Landbouw is kapitaalintensiever geworden. Met het huidige landbouwbeleid doen vooral de agro-industrie en de grote distributiebedrijven hun voordeel. We richten een openbare landbouwbank op die investeringen faciliteert voor de kleine ondernemingen. Wij ondersteunen hen ook door de landbouwhulp degressief te maken naargelang van de oppervlakte. We maken ook de fiscaliteit progressief (zie vraag 1). We beschermen de landbouwgronden (we offeren geen landbouwgrond meer op en maken een eind aan de speculatie die de prijzen de hoogte injaagt). We richten zoals in Frankrijk een overheidsinstantie op die instaat voor het duurzaam beheer van de landbouwgronden. We gaan voor openbare landbouwonderzoekscentra die zich concentreren op het ontwikkelen van de beste methodes voor agro-ecologie en biologische landbouw.
De huidige beperkingen volstaan.
Ja. De Vlaamse gastronomie en de Belgische keuken is wereldtop maar blijft wat miskend. Promotie kan die onwetendheid wegwerken.
Het aantal talentvolle chefs voor zo’n klein landje is opvallend. De Belgische keuken is culinair genieten, van de ‘gewone’ brasserie tot het toprestaurant. Door onze centrale ligging op het kruispunt tussen Noord- en Zuid-Europa konden we vroeg kennis maken met allerlei ingrediënten. We hebben die invloeden uit de rest van de wereld perfect weten te combineren en ontwikkelden een aparte en authentieke keuken. Het gebruik van de rijke biercultuur in de gerechten is uniek. We durven creatief en smakelijk bitter, zoet en zuur combineren. En dan zijn er de groenten! In geen enkel land zijn er zoveel groenten. Onze keuken stamt regelrecht uit de middelleeuwen. We hebben vernieuwd en geïnnoveerd maar hebben tegelijkertijd die rijke traditie weten te behouden. En dat we allen houden van lekker tafelen blijft de stimulans om de keuken verder te ontwikkelen.
Lamsnavarin.
’t Hofke in de Vlaeykensgang in Antwerpen. Heel lekker en gezellig. ’s Zomers: het Grieks Huis aan de Antwerpse Vlasmarkt. Mooiste terras van ’t stad en ook heel lekker.
We gaan richting het weekend en daar hoort een gerecht bij dat je makkelijk kunt delen. Deze zomerse quiche met courgette en Comté-kaas is een lichtere versie van de klassieker, perfect voor een lente-picknick of lunch … Lees meer
Nu ik op vakantie ben in Thailand vind ik het ook leuk om wat gerechten met een Thaise toets met jullie te delen en vandaag zij dat oesters, geïnspireerd door de smaken die ik hier momenteel overal om me heen proef … Lees meer
Ben je ook zo dol op die momentjes dat je in de koelkast kijkt en denkt: “Wat moet ik nú weer met dat restje kip of die twee eenzame lepels spaghettisaus … Lees meer
In april krijgen we weer zin in die zilte smaken van de zee, en haring is dan een fantastische keuze. Deze salade met geroosterde paprika en citrusdressing is licht, gezond en barst van de vitamines … Lees meer
Terwijl ik de Thaise keuken ontdek, breng ik jullie vandaag een recept met een Oosterse twist van iets dichterbij. Dit gerecht met lamsgehakt en aubergine is een geweldige variatie op de klassieke lasagne … Lees meer
Toen ik de kalender bekeek en zag dat 6 april is uitgeroepen tot de ‘Dag van de Verse Tomaat’, fronste ik eerlijk gezegd even de wenkbrauwen. Als Would Be Chef probeer ik altijd de seizoenen nauwgezet te volgen, en mijn buikgevoel zei me direct: is dat niet wat aan de vroege kant … Lees meer
Een zalige klassieker op deze paasmaandag? Daarvoor ben ik nog eens gedoken in het boek dat mijn mama samen met mij enkele jaren geleden uitbracht: Mijn Mama’s Kookboek, de laatste exemplaren daarvan zijn nu nog te koop op www … Lees meer
Zondag vraagt om iets fris en elegants, zeker als de eerste echte lentezon doorbreekt. Tonijn heeft die verfijnde smaak die weinig extra nodig heeft, maar de combinatie met appel geeft die nodige frisse ‘crunch’ … Lees meer