Grote afgang, maar ik durfde echt niet kritisch te zijn

Dat een fles wijn naar kurk smaakt, dat is vervelend, maar dat kan al eens gebeuren. Tot mijn grote vreugde komen er tot nu nauwelijks of geen klachten binnen over verkurkte flessen Wijn Ornelis, maar ik sluit echt niet uit dat het ook bij ons wel eens voor kan vallen. Bij sommige wijnen uit sommige jaren kan het zelfs zo erg zijn dat een heel lot besmet is en dat de slechte smaak de hele wijn kapot maakt.

Overigens: “verkurkte” wijn heeft niet per se met slechte kurk te maken. Er kunnen verschillende oorzaken zijn waarom de wijn zo kapot is. Een wijn met kurk is eigenlijk gewoon een wijn die ge├»nfecteerd is door een schimmel of een bacterie, dat kan door slechte kurk, kurk die gewassen is chloor, vuile leidingen bij de wijnmaker, of flessen waar al een een schimmel in zat. De bacterie geeft de wijn een muffe reuk en smaak. Denk aan de geur van vochtige kelder, rotte aardappelen, nat karton. Niet lekker! Echt niet.

Dat is zowel voor de wijnmaker, als voor de restaurateur die soms een hele voorraad van de wijn heeft besteld absoluut niet aangenaam. Maar zeker ook niet voor de klant, want verkurkte wijn toch opdrinken is absoluut geen optie. Dan kun je evengoed een glas afwaswater laten schenken. En toch gebeurt het nog, dat mensen de slechte smaak niet (kunnen of durven) herkennen, en zo’n kapotte wijn toch opdrinken. Jammer, doodzonde. Maar het is mij ook ooit overkomen hoor.

Ik herinner me een etentje, lang geleden. Ik was door een grote bons uit de media, die met ons wou praten over een nieuw project, uitgenodigd op restaurant, samen met mijn toenmalige ochtendshow collega. De man deed nogal geheimzinnig en gewichtig over een voorstel dat hij ons wou doen, en de ernst van z’n bedoelingen wou hij duidelijk maken door een prima fles wijn te bestellen. Ik weet het nog goed, want hij zat de wijn mooi aan te prijzen, het was een witte wijn uit de Bourgogne, een behoorlijk duren chardonnay, ik gok een Meursault of zo.

De man kende de wijn zeer goed, had die ook in z’n eigen kelder liggen, dronk die ook vaak in het chique restaurant waar hij ons voor de lunch had meegenomen en zou deze kanjer dan ook even voorproeven. Er werd een mooie bodem ingeschonken in zijn prachtige kristallen glas, hij walste met de wijn, rook eraan, proefde, liet de wijn zo’n beetje in zijn mond rondgaan, tuitte z’n lippen er zelfs wat bij en sloot z’n ogen om te genieten. Misschien overdrijf ik lichtjes, maar het leest zo herkenbaar, toch? In elk geval, hij keurde de wijn goed, en vond die zelfs fantastisch.

Kijk, die wou ik wel eens proeven zeg. Zoveel show, zoveel egards, wat een geste, mooi hoor. Maar, helaas pindakaas, toen de wijn werd uitgeschonken, en mijn fijne radiocollega en ikzelf proefden, had ik meteen door: dit klopt niet. Het is meer dan twintig jaar geleden, en ik was nog maar een twintiger, maar ik had toen wel al redelijk wat wijn geproefd, en ik kon een verkurkte wijn er toen toch wel al uithalen. Logisch, want zo’n wijn is goor. Ik proefde soldatenkleren op zolder, natte hond, viezigheid, maar niet de indrukwekkende chardonnay die de mediabons ons had aangekondigd.

Maar ik durfde niks zeggen. Vandaag zou ik dat wel doen, maar toen niet. De man zei: lekker he, topwijntje toch? Mijn collega gaf geen krimp en zei: ja super. En ik, kleine lafaard, knikte ook. Ik weet niet of ik gezegd heb: goede wijn, maar hem tegenspreken durfde ik niet. Misschien had deze man lange tenen, en dan wil je de kans op een groot project niet laten schieten door hem te beledigen. En daarbij: ik was nog zo jong en onervaren, en hij was al een grote meneer in de media, en zeker 15 of 20 jaar ouder. Een man met ervaring. Met kennis van zaken. Misschien vergiste ik me zelfs, en wat dit gewoon een zeer speciale wijn. Kortom: ik durfde niks zeggen en heb al nippend toch anderhalf glas van die degoutante wijn opgedronken. Meer niet want “ik moest nog rijden.” Dat deerde de man niet, hij dronk alles leeg, en genoot er ook van. Hij bleef de wijn bewieroken.

Toen we buiten kwamen, en de mediabons in zijn dikke auto weggereden was, vroeg ik mijn collega wat hij van de wijn vond. “Helemaal niet lekker, smaakte raar, ik denk dat die zelfs slecht was,” was zijn antwoord. En dat was de dure wijn inderdaad, slecht, muf, verkurkt. En wij hadden niks durven zeggen, en gewoon mee zitten sippen, bang dat we snob of raar, of als wijsneuzen over zouden zijn gekomen. Niet abnormaal op die leeftijd, met zo’n belangrijke meneer aan tafel. Maar ik moet je toch zeggen: het was de eerste en de laatste keer dat ik een verkurkte fles heb leeg gedronken. Dat ga ik nooit meer doen, zelfs al zit ik bij de koning aan tafel.

En oh ja, het “grote nieuwe project”, “het schitterende voorstel”, hebben we toen ook maar niet aangenomen. Het voelde niet helemaal goed. We vertrouwden het niet helemaal of zo …