TE ZALIG: JAPANNERS ETEN HUN STEAK ZO!

Toen ik al ruim acht jaar geleden op reis was in het bruisende Tokio en het prachtige oude Kyoto, viel ik ontzettend op. Ik woog toen nog zeker meer dan 110 kilo, en behalve een occasionele sumoworstelaar, kun je in Japan bijna niemand van een dergelijke omvang tegenkomen. Mensen staren je dan ook aan wanneer je als gezellige dikkerd door de stad loopt. Op een bepaald moment stond een oud, graatmager vrouwtje aan de verkeerslichten naast me en ze keek naar mijn buik alsof ze voor het eerst een olifant zag. Of een nijlpaard. Whatever.

Japanse mensen zijn zo mager omdat ze ook zo fantastisch gezond eten. Heel veel groenten en rauwe vis en heldere soepjes en kruiden. En als je al eens naar een sterrenrestaurant gaat, zullen ze je hooguit één stukje vlees serveren, een klein stukje wagyu. Dat is het beste vlees ter wereld, van koeien die extra goed verzorgd, vertroeteld en, naar men zegt, zelfs gemasseerd worden. Ik heb het thuis ook wel eens bereid, maar het is erg duur vlees. Met rundvlees van minder exclusieve komaf kun je even makkelijk aan de slag. Het is puur, en heerlijk, en je geniet veel meer van elk stukje vlees, door de simpele maar uitstekende combinatie van drie eenvoudige ingrediënten!

Bereiding

  1. Smeer de filets pur in met wat olijfolie en wat peper en grill die.
  2. Zorg dat het vlees een lekker korstje krijgt, maar binnenin moet je zo’n lekker vlees natuurlijk saignant laten.
  3. Wanneer het vlees gebakken is, laat je het wat rusten onder aluminiumfolie.
  4. Snijd het daarna in plakjes.
  5. Snipper de sjalotjes heel fijn.
  6. Dien het vlees op met de rauwe sjalotjes en sojasaus.
  7. Als je met stokjes kunt eten, moet je dat bij dit gerecht gewoon doen: neem een plakje rundvlees met wat sjalotjes en dip het in de sojasaus. Dit is zo puur, zo lekker. In de dagen dat ik keihard aan het diëten was, kon ik dit wel twee keer per week eten.