Mijn laatste avondmaal…

Vanaf morgen komt er een splinternieuwe reeks op Would Be Chef: Het Laatste Avondmaal. Ik vraag bekende Vlamingen en culinaire liefhebbers welk gerecht ze zouden kiezen als ze zouden beseffen dat het hun allerlaatste was. Is er één gerecht dat ze ooit aten in één of ander toprestaurant dat ze nooit vergeten zijn, en dat ze graag nog één keer opnieuw willen proeven? Of zouden ze gaan voor een typisch gerecht uit hun kindertijd? Ik vraag het me af. Morgen mag Stan Van Samang er de spits afbijten. Welk gerecht is het allerbelangrijkste in z’n leven en zou hij dus geserveerd willen zien op de allerlaatste avond. Morgenvroeg lees je het hier.

Het laatste avondmaal. Het was al bij al maar een half feestje in de bijbelse versie. Terwijl het brood werd gebroken en de wijn werd verdeeld wist Jezus al lang dat er een verrader aan tafel zat. Een echt feelgood dinertje kun je het dus bezwaarlijk noemen. Toch heb ik altijd een bijzondere band gehad met het verhaal. En met de dwingendheid van het gebeuren. Hadden de disgenoten van Jezus beseft wat er zich de dag nadien allemaal zou afspelen, dan hadden ze waarschijnlijk met een totaal andere ingesteldheid aan tafel gezeten.

Toen wij ons huis bouwden, zo’n kleine 15 jaar geleden, en we op zoek gingen naar een schilderij voor onze eet- en woonkamer, wist ik dan ook meteen welk (soort) werk ik aan de muur wilde. Een laatste avondmaal. De Gentse kunstenaar Guido Vrolix had er ooit al een imposant gemaakt in het rood en ook eentje in het blauw, en hij wou er ooit nog één maken in het goud. En dat hebben wij toen besteld. Het hangt al die jaren al bij ons thuis, en doet ons elke keer beseffen dat je elke maaltijd moet beleven alsof het je laatste is. Dat klinkt misschien fatalistisch, maar dat is het absoluut niet. Integendeel. Het wil zeggen: geniet van elke maaltijd. Ga altijd voor lekkere producten. Geniet van het gezelschap. Praat met elkaar. Zorg dat er geen verrader of dubbele gevoelens mee aan tafel zitten. Als er iets op je lever ligt: zegt het dan. Morgen kan het te laat zijn.

Als je mij zou vragen wat mijn laatste maaltijd zou moeten zijn, dan wist ik het meteen. Geen twijfel over. Witloofrolletjes. Met gekookte ham. Een lekkere kaassaus. En een goudbruin korstje. Met puree. Mijn mama maakt dat als de beste, en het is voor ons de iconische maaltijd uit onze jeugd. Ons mama maakte het altijd volgens het recept van haar moeder, meme Julia, met grondwitloof dat pepe Pierke, haar vader, zelf kweekte. Als het mijn laatste maaltijd was zou ik er mijn beste wijn bij openmaken. Je weet wel: één van die flessen die al jaren in de kelder liggen, maar die ik niet open durf te maken omdat ik ze bewaar voor een ultiem, speciaal moment. Ook geen al te best idee, bedenk ik me nu net: exquise wijn “bewaren voor een ultiem, speciaal moment”. Ik moet ze gewoon eens open durven maken op een goed moment. Want een mens weet natuurlijk nooit wanneer z’n laatste avondmaal is…